zaterdag 20 september 2008

Van Prince George naar Dawson Creek

We werden op een mooie tijd wakker en nog geen uur later waren we op weg. Even tanken, een cappucino en vers brood halen en we konden weer even vooruit.

Onderweg kwamen we langs een schitterend gelegen meer, Bear Lake, waar we op ons gemak hebben ontbeten. Was het in Prince George nog mistig, hier begon de temperatuur al aardig op te lopen.
Na ons ontbijt zijn we doorgereden naar McKenzie. Hier zou een weg zijn naar een geweldig uitzicht over het meer, maar die weg… helaas, niet kunnen vinden. Wat we wel konden vinden en waar we niet om heen konden was Werelds grootste bomenvermaler! Van hieruit kwamen we door Chetwynd, goed voor een tankbeurt en de vele houtsculpturen die langs de hoofdstraat staan. Deze sculpturen zijn uitgezaagd met een kettingzaag, een kunst waar dit stadje om bekend staat.
Hier zijn we afgeslagen van de Highway 97 om via de toeristische route, highway 29, naar Dawson Creek. Onderweg natuurlijk weer wat gegeten op een heel mooi plekje nabij het meer, lekker in het zonnetje. De temperatuur is rond de 22 graden, dus het is goed vertoeven in de zon.

Via kleine plaatsen als Hudson’s Hope, Farrell Creek en Charlie Lake en het wat grotere Fort Saint John kwamen we rond half 6 vanmiddag aan in Dawson Creek. De route vanmiddag bleek verassend genieten te zijn. Het landschap begon langzamerhand te veranderen, naarmate we dichterbij de Rocky Mountains kwamen, maar ook begonnen de herfstkleuren hier de overhand te krijgen. Berghellingen vol met schitterend gekleurde bomen! Het was een fantastisch mooie rit!

vrijdag 19 september 2008

Rijden, rijden, rijden...


Vanmorgen ging om kwart over 6 de wekker. Ja, echt waar. Om kwart over 6 al! En om 10 voor 7 gingen we in de mist op weg. Op weg, maar waar naar toe?

We hebben besloten om de route in British Columbia verder te laten voor wat ie is. We gaan dus niet door naar het noorden. De reden? Heel simpel. Hoe mooi het ook is hier, zijn we toch wel toe aan een verandering van omgeving. We houden ook allebei wel van een wat ruige natuur en die kunnen we vinden in Alberta, de Rocky Mountains. En we lopen inmiddels 3 dagen achter op schema en willen we de route blijven vervolgen, dan moeten we gaan racen en dat is juist wat we niet willen.

We gingen dus vroeg op pad nadat we broodjes hadden gesmeerd en koffie in een thermoskan hadden gegoten. Alsof we in vroeger tijden waren beland en een dagje uit gingen! We hebben vooral gereden, gereden, gereden… broodje gegeten… koffie gedronken… gereden, gereden, gereden… nog een paar keer gestopt om te proberen de mooie herfstkleuren op foto te krijgen… gereden, gereden, gereden… nog een pitstop gemaakt bij de Slotcanyon bij Moricetown… gereden… beer gespot, beer gefotografeerd, beer gefilmd… gereden, gereden, gereden… file door wegwerkzaamheden… gereden, gereden, gereden…

We zijn inmiddels weer terug in Prince George en zijn compleet afgepeigerd na het hele stuk rijden van Stewart naar Prince George. Hoe lang we er over hebben gedaan? Hmmm… laten we het houden op: langer dan gepland door alle wegwerkzaamheden…

woensdag 17 september 2008

Wat een mooie dag het was...

Om 5 uur vanmorgen ging de wekker... Ja, tis echt waar! Erg? Ja, dat vond Monique ook... Want om 5 uur was er, na herhaaldelijk roepen, geen teken van leven in het andere bed. Dus lag ik daar, klaarwakker. Om half 6 nog maar een keer geprobeerd, maar nee hoor. Eindelijk om 6 uur was er een teken en was het enige dat ik zei "tis nog stikkedonker buiten" en daar pitte ze weer vrolijk verder!
Waarom om 5 uur de wekker ging? Nou, we wilden naar Fish Creek in Hyder. Hier komen vanaf eind juli tot in september beren vissen naar zalmen. Monique had op een website van andere reizigers gelezen dat zij er al om 5 uur 's ochtends waren!
Uiteindelijk vertrokken we rond 8 uur naar Hyder, onderweg vrolijk toegezwaaid door de lokale inwoners. Zodra we de grens met Amerika passeerden, hield de geplaveide weg op en reden we opnieuw op een ongeplaveide weg! Hyder stelt echt niets voor. Er staan hier en daar wat (vervallen) gebouwen en wat woningen, een motel enzovoort, maar verder is er echt helemaal niets. Behalve dan een bar op elke 30 inwoners!
Na een kilometer of wat kwamen we bij Fish Creek en toen bleek dat het maar goed was dat we daar niet om 5 uur stonden. Ten eerste is de boardwalk pas vanaf half 7 open, maar, zo vertelde de ranger ons, was vanmorgen de eerste beer in 3 dagen gespot! Dat er geen beren zouden zijn hadden we kunnen weten. Tenslotte eten beren alleen het proteïne rijke spul uit de zalm en de rest laten ze liggen. Daar waar beren vissen, is de rottingslucht al van verre te ruiken… en dat was hier absoluut niet het geval. Alsof de beren met mes en vork de hele vis hadden opgepeuzeld. Nog geen schub was er te vinden.

Stel dus dat je daar om 5 uur staat, dan sta je daar voor een dichte deur (figuurlijk gesproken), zie je geen ruk, want het is midden in de nacht en... is er ook geen beer te bekennen!
Nadat we hier een tijdje hebben staan kijken (van Monique mocht ik haar brood niet in het water gooien om beren te lokken), zijn we doorgereden over de nog steeds ongeplaveide weg. Hier en daar fikse kuilen ontwijkend, regelmatig een kuil missen en dan hossend en klossend door gaan. Na een aantal stops kwamen we aan bij Salmon Glacier. Deze gletsjer is de op 5 na grootste van Canada en hij is immens! Onvoorstelbaar! We konden 'm al van verre zien liggen, maar voordat we er voorbij waren... Het maakt niet uit hoeveel gletsjers je ziet, het blijft indrukwekkend!

Ook hier hebben we natuurlijk de nodige foto's gemaakt, ook van de ontzettend mooie omgeving. We zitten hier natuurlijk best noordelijk en de bomen en planten beginnen dus al te verkleuren naar de mooiste herfstkleuren.

Op de terugweg hebben we natuurlijk ook nog de nodige stops gemaakt. Want iedere keer zie je weer andere mooie plekjes. En toen we weer 'beneden' kwamen, zijn we toch ook nog maar even bij Fish Creek gestopt, want stel dat... Maar helaas, geen beer had zich nog laten zien.
Via Hyder (een andere weg is er nl. niet) zijn we de grens weer overgegaan. Heel grappig, want hoe streng de Amerikanen ook zijn, zij hebben bij Hyder geen grenspost, maar de Canadezen hebben wel een grenspost. En je moet er echt stoppen, er komt een douane beambte naar je toe, neemt je paspoort aan en stelt o.a. de volgende vragen:
- hoelang blijf je in Canada?
- waar ga je naar toe?
- heb je vuurwapens bij je?
- heb je berenspray bij je?
- heb je alcohol bij je?

Als brave burgers (ahum) konden we natuurlijk alle vragen met nee beantwoorden en omdat we er ook zo eerlijk uitzien, mochten we al snel weer doorrijden.

Omdat het gisteren best pokkeweer was, zijn we nog teruggereden naar Bear Glacier. Tenslotte was het nu goed weer en je weet maar nooit hoe het morgen is.

dinsdag 16 september 2008

"Een beer! Een beer! Ik zie een beer!"

Om 10 voor 8 zaten we in de auto. Natuurlijk nog even tanken, cappucino met een dubbel shot halen bij de Starbucks en op weg gingen we. Op weg naar Stewart en Hyder. Het grappige is, is dat Hyder in Alaska ligt en Stewart in Canada en dat op slechts 3 kilometer van elkaar af.

Maar zover waren we nog niet. Eerst maar eens door de mist en regen de Yellowhead Highway opzoeken. Die overigens snel gevonden was. Onderweg heeft Monique nog naar hartelust zitten klikken, want de mist die over de meren en de bergen hangt, heeft iets spectaculairs en dreigend.

We besloten om de Highway 113 te nemen. Deze start in Terrace en hierdoor kruis je uiteindelijk de Cassier Highway, die naar Stewart (en verder naar het noorden) leidt. Een stuk van deze weg (zo'n 90 kilometer hebben we een paar dagen geleden al gereden, toen we naar de Lava beds gingen. Door deze weg te nemen hoeven we niet eerst terug te rijden naar de Hazeltons. Het scheelt dus enorm veel tijd.

In Terrace nog maar een keer getankt, want tenslotte weet je maar nooit wanneer je weer kunt tanken. Een tip die ik ooit gekregen heb en nooit vergeten ben is dat werd aangeraden om te tanken als je kunt. En omdat we niet wisten wanneer we weer een tankstation tegen zouden komen, namen we het zekere voor het onzekere.
Zo reden we met een lekker gangetje, kwamen langs wat kleine plaatsen die verstopt liggen in de bossen en plotseling… reden we een unpaved road op! Een stoffige, ongeplaveide, modderige weg van 58 kilometer lang! Een weg waar je maximaal 50 kunt rijden, maar vaker niet harder dan 30 of 20 kunt. Met een grote stofwolk achter ons aan, kuilen ontwijkend en soms aan de verkeerde kant van de weg rijdend, zijn we richting de kruising gereden. In totaal zijn we op deze weg 4 andere auto’s tegen gekomen!

Eindelijk na 58 kilometer konden we de Cassier Highway op draaien, met inmiddels een dikke modderlaag op achterruit. Pfff… eindelijk weer asfalt en eindelijk weer doorstomen met 100 kilometer per uur. Het is lekker rustig op de weg, dus we kunnen goed doorrijden. Totdat Monique ineens uitroept "EEN BEER! Ik zie een BEER!!! Jawel hoor, een zwarte beer, niet zo heel groot, was lekker aan het eten langs de weg en trok zich niets aan van de auto’s die voorbij reden. Natuurlijk moest deze beer op foto en film worden gezet, want daar hadden we in eerste instantie geen tijd voor. Dus even verderop gedraaid en weer teruggereden. Monique uit de gordels, door het dak foto’s makend, ik langzaamrijdend, nog een keer langs de beer. Maar toen moest ie ook nog op film worden gezet en aangezien we toch nog een keer moesten draaien, dan nog maar een keer filmen.


Verder op nog gestopt bij Meziadin Lake Provincial Park, nog een foto gemaakt en toen weer snel door. Ineens riep Monique opnieuw uit "daar zit er nog één!". En nog net zagen we een moeder met een kleintje, voordat moeders het kleintje het bos instuurde en er zelf snel achteraan ging. We hebben hier geen foto’s van, want een moederbeer met cubs, is snel verdwenen en blijft niet even poseren.


Niet lang hierna, toen we al een tijdje bergop reden, reden we een bocht om en zagen in volle glorie Bear Glacier liggen! Ongelooflijk, zelfs ondanks dat we toch al de nodige glaciers hebben gezien (hoe bedoel je verwend?!) blijft het overweldigend.
Ook hier weer de nodige foto’s gemaakt, natuurlijk, maar helaas regende het en zijn de foto's afgekeurd.
Even verderop de weg kwamen we langs nog meer glaciers, maar hier was een stopverbod, omdat er het gehele jaar door lawine gevaar dreigt.


Toen we eindelijk in Stewart aankwamen, hebben we het hotel opgezocht, even staan kletsen met de dame van de receptie die ons vertelde dat er ongeveer 500 mensen in Stewart wonen en dat het er zo’n 20 jaar geleden 2500 waren, de auto leeggehaald en ons geïnstalleerd in de zeer ruime kamer.

We zijn vroeg gaan eten (wat is de zalm en heilbot toch verrekte lekker hier) en we gaan vroeg onder de wol, want morgen wacht ons een lange dag in deze omgeving.

Enkele weetjes over Stewart en Hyder….

Inwoners van beide stadjes:
- Sturen hun kinderen naar school in Canada
- Verkrijgen electriciteit van British Columbia
- Gebruiken het Canadese telefoonsysteem
- In beide plaatsen surveilleert de Canades politie (Royal Canadian Mounted Police)
- Geen inwoner hoeft ooit te wachten op een drankje. Hyder heeft een cafe voor iedere 30
inwoners! Er wonen ook slechts 90 mensen!

Over hoge bergen en door diepe dalen

Mistig was het, zeer mistig toen we vanmorgen wakker werden. Geen hand voor ogen konden we zien! Maar dat weerhoudt ons er natuurlijk niet van om vroeg te vertrekken. Nee, niet de mist, wel het feit dat het vandaag zondag was. Want wat doen wij op zondag? Dan slapen we uit! Jawel, tot kwart voor 8.

Voordat we vertrokken zijn we nog gaan ontbijten in het hotel en hierna gingen we snel op weg. Gelukkig begon de mist toen ook al op te trekken, waardoor we toch nog aardig wat van de omgeving konden zien. Veel water, veel vissers. Af en toe zijn we even gestopt om een stukje richting het water te wandelen. Maar veel meer was er niet te zien. Waarom we dan toch naar Prince Rupert gingen? Nou, omdat we misschien nog wel een tochtje op een boot konden maken.


Volgens internet en de folders die we onderweg opgepikt hebben, stond dat er om 1 uur en om 4 uur ’s middags tours vertrokken. Misschien konden we nog wat orca’s, bultruggen, beren, bald eagles enzovoorts spotten. Alleen was er een klein probleem in Prince Rupert. Op zondag vertrekken de tours maar eenmaal per dag en wel om 1 uur ’s middags! En laten wij nou net iets over enen in Prince Rupert aankomen! Pech gehad, dus. Maar wat doe je dan? Nou, dan ga je toch je eigen vertier zoeken. Vlakbij Prince Rupert had ik een bord gezien waarop een trail werd aangegeven. Hier zijn we weer naartoe gereden en hebben een hike gedaan van zo’n 5 kilometer.


We gingen de berg op en aan de andere kant gingen we de berg af… puffend! Want de vochtigheid is hier best hoog. Het water stroomde aan alle kanten van ons af. Maar na alle dagen in de auto en korte hikes die we hebben gedaan, was het wel even lekker om een poosje te kunnen lopen over hoge bergen en diepe dalen. Een lekkere workout op de zondagmiddag.

En nu? Nu zitten we bij de laundromat, om de was te doen, da's hard nodig. Het is nu rond 5 uur en we hopen dat de was er niet zo lang over doet. Want hierna gaan we een hapje eten, kruipen vroeg onder de wol, want morgen gaan we op weg naar Hyder en Stewart!

zondag 14 september 2008

Kou, zon en mooie vergezichten


Het was koud vanmorgen! Maar 3 graden en mistig! Gelukkig waren we er op voorbereid, de lange broeken waren uit de koffer gehaald.

Na een lekkere cappucino te hebben gehaald bij Starbucks en een tankbeurt gingen we vol goede moed op weg naar iets buiten Smithers. Want op zo’n 8 kilometer van Smithers heb je de Twin Falls. Met luid geraas komt het water daar naar beneden gedenderd. Natuurlijk waren we niet de eersten, dat zijn we nooit! Hihi… Maar gelukkig begon de trip al goed.

Na een broodje te hebben gegeten en een jus d’orange te hebben gedronken, waren we weer aangesterkt voor het vervolg van de trip. Monique met kaart en boek op schoot, continue in de gaten houdend of er al een interessant punt in zicht kwam.

Zo vertelde Monique een tijdje later dat we bijna bij een Provinciaal park waren, genaamd Ross Lake. Nu moet je weten dat het hier stikt van de Provinciale parken. Sommigen kun je gratis bezoeken, bij andere parken betaal je 1 tot 3 dollar per dag. En sommige parken zijn erg groot, met uitgezette trails enzo. Ross Lake is een wat kleiner park, maar verdomd mooi gelegen. Rond een meer, met ongelooflijk helder water, met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de bergen en hier en daar een sliert mist!

Vervolgens gingen we op weg naar Hazelton. Hazelton bestaat uit 3 verschillende stadjes: New Hazelton, Old Hazelton en Hazelton. Er zijn er 3 gesticht omdat de stichters vonden dat zij het gunstigst zaten ten opzichte van het treinstation.
In Hazelton heb je wel een spectaculaire brug over de rivier Skeena. De brug hangt nl. 79 meter boven het water en je rijdt en loopt over een stalen rooster. Terwijl ik er overheen reed, liep Monique via de zijkanten om wat mooie plaatjes te schieten.


Niet ver van Hazelton, welke Hazelton dan ook, liggen de Seven Sisters. Dit zijn immense bergen, uiteraard, 7 op een rij. Het lijkt een beetje op de Maroon Bells in Colorado of Grand Teton in Wyoming. Hier zijn we via een unpaved road op zoek gegaan naar een punt waar we een goed panorama uitzicht hadden. Ook hier natuurlijk weer de nodige foto’s gemaakt. Het leuke van het boek dat we bij ons hebben is, dat we op plekken komen waar niet iedereen komt.

Niet veel later op de route kwamen we bij de afslag Stewart / Hyder. Maar die hebben we nog even overgeslagen. We hebben besloten om eerst te overnachten in Terrace. Ik had niet veel zin om nog veel langer door te rijden, dus rond half 3 vanmiddag hebben we een hotel gezocht, de bagage naar de kamer gebracht en daarna zijn we direct op pad gegaan naar de Lava beds. De Lava beds liggen op ongeveer 80 kilometer van Terrace. Lava Beds zijn er ook in Hawai, maar de Lava Beds in BC zijn er al iets langer, men vermoed sinds 1650 en 1750. Het is absoluut een apart gezicht. Planten en bomen groeien door de keiharde lava. Hier zijn we eerst nog naar een kleine waterval gegaan, vervolgens hebben we een korte trail gemaakt naar een aantal uitzichtpunten. Ik moet zeggen dat het best ongelukkig loopt over lava, het zijn net wat grotere stenen dan kiezels (op de trails dan). De lava beds lijken aan elkaar geklonken grote keien. Heel apart.

Uiteindelijk zijn we weer teruggereden. Nog wat foto’s geschoten van de bergen rondom het meer bij de lava beds en toen we terugkwamen lekker een hapje gegeten. En we denken erover om morgen door te rijden naar Prince Rupert en vandaar naar Stewart / Hyder, een aanpassing in de route dus... wordt vervolgd!

zaterdag 13 september 2008

Een dag als vandaag? Ehm… bedankt, maar liever niet!

En zo brak een nieuwe dag weer aan. Met frisjes, maar droog weer. Temperatuur in Quesnel? Zo’n 8 graden! Brrrr… liep ik in mijn 3-kwart broek en tshirt buiten!

We hadden de illusie dat we niet zoveel zouden rijden vandaag. Dus rond kwart voor 9 op pad, richting Prince George. Omdat de temperatuur maar bleef schommelen tussen de 8 en 10 graden, besloten we dat het te koud was om buiten te picknicken. Toen we in Prince George aan kwamen en toch wel honger hadden, lonkten de borden van Denny’s ons naar binnen. Hier hebben we allebei een Lumberjack gegeten. Wat het is? Haha, dat ga ik mooi niet vertellen, maar geloof me, als je een lumberjack hebt opgegeten, heb je de rest van de dag geen honger meer!
Vervolgens weer op pad, hopend op alle mooie vergezichten, trails en plekjes om mooie foto’s te kunnen schieten. Maar die kwamen maar niet! Dus hier en daar de auto uitgestapt in de hoop op, niks hoor. Nada, noppes, niente! Jahaa, langs de weg zijn genoeg mooie plekjes die we maar al te graag op foto en film willen zetten. Helaas rijden we op een weg waar je maximaal 100 km per uur mag rijden, maar waar ze af en toe met een gangetje van 140 langs je heen komen razen. En geloof me, dan zet je niet even de Trailblazer langs de kant van de weg, stap je niet even op je gemak uit om een fotootje te maken en een filmpje te schieten!

Dus reden we maar en reden we maar. Verder nog gestopt om te tanken, we hebben nog een omweg gemaakt naar Granisle. Hier hebben we dus de enige foto’s van vandaag gemaakt.
Inmiddels zijn we beland in Smithers. Hier overnachten we en morgen gaan we met het boek (Moon: British Columbia) op schoot weer verder, want het boek belooft ons veel moois vanaf dit punt! Want nog zo’n dag? Nee, bedankt. Deze dag was boring genoeg!